Hans Christian Anderson: De prinses op de erwt | Itineraries of taste

Hans Christian Anderson: De prinses op de erwt

Hans Christian Anderson: De prinses op de erwt

Een van de beste woorden in het Deens moet wel "hygge" zijn. De Deense culinair auteur Kirstin Uhrenholdt beschrijft het als "een beter en zelfs vollediger woord voor 'gezellig'. Het betekent samenzijn met vrienden en familie, brandende kaarsen, gelach, thee in een mok, de geur van kaneel en gebakken brood, lange avonden rond een kampvuur. Het is het warme gevoel van samenzijn en dankbaarheid."

En wanneer de heldin van het in 1835 door Hans Christian Andersens geschreven sprookje "De prinses op de erwt" aankomt in het kasteel van haar toekomstige echtgenoot, heeft ze zeker behoefte aan hygge. Er bestaan zoveel versies van dit sprookje dat het misschien wel belangrijk te vermelden is dat in de klassieke versie van de Deense auteur de prins zijn prinses niet "vindt". Zij komt naar hem.

In de versie van Andersen beslist de jongeman dat hij met een "echte" prinses wil trouwen, en hoewel hij over de hele wereld gereisd heeft en "genoeg prinsessen" is tegengekomen, vond hij het "moeilijk om uit te maken of het wel echte prinsessen waren.” Ze hadden altijd iets dat niet perfect was. En dus ging hij terug naar huis en voelde hij zich verdrietig."

Oh, een verdrietige prins uit Denemarken! Een prins die het moeilijk had een vrouw te vinden die goed genoeg was voor hem! Er zijn inderdaad gelijkenissen met Hamlet, dat in Odense, de thuisstad van Hans Christian Andersen in Denemarken voor het eerst werd opgevoerd in 1796.

Wel, op een avond terwijl de kieskeurige prins van Andersen zich afvroeg of ware liefde al dan niet bestond , "kwam er een verschrikkelijke storm aanwaaien; er was bliksem en donder en het regende pijpenstelen. Opeens werd er op de stadspoort geklopt en de oude koning deed open. Er stond een prinses voor de deur. Maar allemachtig! Ze zag er verschrikkelijk uit door de regen en de wind. Het water stroomde van haar haren en kleren; het stroomde tot in haar schoenen en gutste er langs de achterkant uit. "En toch", schrijft Andersen, "zei ze dat ze een echte prinses was."

Net zoals Hamlet had de prins van Andersen een nogal proactieve moeder, die besloot om de bewering van de prinses te testen door een erwt onder twintig matrassen en twintig donzen dekbedden te leggen. De volgende ochtend vertelt het arme meisje dat ze "verschrikkelijk slecht geslapen had! Alleen de hemel weet wat er in het bed lag, maar ik lag op iets hards en heb nu zwarte en blauwe plekken over mijn hele lichaam. Het is echt verschrikkelijk!"

Haar extreme gevoeligheid was het bewijs van haar waardigheid, en dus kreeg ze de toestemming om met de prins te trouwen en werd de erwt in een museum gelegd. Voor Andersen is de moraal van het verhaal dat ware edelmoedigheid in gevoeligheid ligt en niet in rijkdom. Net zoals zovele oude volksverhalen heeft hij dit verhaal herwerkt, het was een geromantiseerde versie van zijn eigen leven. Hij was de zoon van een arme schoenenmaker die stierf wanneer Hans Christian elf jaar oud was, en zijn moeder, een wasvrouw, geloofde in haar zoon, en het slungelige "lelijke eendje" met de lange neus vond het vreemde vertrouwen om zichzelf in de huizen van de adel te krijgen waar hij eiste dat zijn artistieke talenten zouden worden erkend.

De 19de eeuw was een periode van hongersnood voor de Denen. Een reeks branden en oorlogen met de Engelsen bracht het land tot een faillissement en de koning die het voorbeeld gaf op het vlak van zuinigheid, ging van winkel tot winkel op zoek naar de goedkoopste snuiftabak. In zijn vroege leven had Andersen vaak honger en hij stond vaak oog in oog met de hongersdood tijdens zijn tienerjaren. Hij huurde de lege voorraadkamers van de bordelen in Kopenhagen om te gebruiken als slaapkamer terwijl hij zich dans en drama beoefene en olie kreeg om zijn ledematen soepel te houden en een afkeur ontwikkelde voor sødgrød, een eenvoudige soort pap gemaakt van gerst en volle melk.

Maar hoewel hij in een landelijke volkstaal schreef die de critici ontstelde - hij kloeg altijd dat "de ruggengraat van de taal", de grammatica, "hem altijd maar bleef uitlachen als een verachtelijke skelet" - stelde de creativiteit van Andersen hem toch in staat om de bovenste regionen van de Deense samenleving te charmeren. In 1821 nodigde kroonprinses Caroline hem uit op het paleis voor een fruitcake.

Toen hij wegging, gaf ze hem een klein pakje met snoepjes, dat hij onhandig liet vallen, en de prinses vond hem toen nog schattiger toen hij zich op zijn knieën liet zakken om ze van onder haar stoel op te rapen. Hij nam ze later mee om ze op te eten onder de ontluikende berken van de openbare tuinen, terwijl hij de vogels en de bloesems toezong en in zijn dagboek schreef: "Op dat moment was ik een kind van de natuur."

Hoewel hij een intense onbeantwoorde liefde voelde voor zowel mannen als vrouwen, heeft Andersen nooit zijn eigen echte prins of prinses gevonden. Maar dankzij zijn literaire roem kon hij zijn verlangen naar hygge stillen bij de huizen van rijke bewonderaars gedurende de rest van zijn leven.

"Het is moeilijk te zeggen of hij de fijne keuken waardeerde of gewoon genoot van een gratis maaltijd", zegt Henrik Lübker, curator van het Hans Andersen museum. "Maar hij was een zoetebek en had heel zijn leven verschrikkelijke tandpijn." Vandaag de dag staan zijn tanden tentoon in het museum.

Voor de Denen is zoethout tegenwoordig een van de populairste smaken. De Denen consumeren meer dan 600 miljoen Ga-Jol zoethoutpastilles per jaar en drinken bier, wodka en ijs met zoethoutsmaak. Hoewel het ook in hartige vorm wordt geserveerd, is het glycyrrhizinezuur dat wordt gewonnen uit de wortel van de zoethoutplant vijftig keer zoeter dan suiker. En de zoethoutplant blijkt ook tot dezelfde familie als de erwtenplant te behoren.

Toen hij in 1875 op 70-jarige leeftijd stierf, was hij erkend als nationale schat met een jaarlijkse toelage en werd hij begraven in wat nu de meest trendy wijk van Kopenhagen is, het Nørrebro-district. Net om de hoek van de eerste winkel met handgemaakte snoepjes Denemarken, de Karamelleriet, waar het zoethout nog steeds in koperen pannen boven een open vuur wordt gekookt en door een oude machine wordt gerold, totdat er snoepjes worden verkregen die even bitterzoet zijn als de beste verhalen van Andersen.

U bent misschien ook geïnteresseerd in

X